Tussen schuldgevoel en overleving

Gepubliceerd op 5 augustus 2026 om 12:00

"De constante vraag: ben ik een goede moeder, of ben ik alleen maar aan het overleven?"

Er zijn dagen waarop ik mezelf afvraag of de kinderen later zullen terugdenken aan een moeder die écht aanwezig was. Of aan een moeder die vooral bezig was om de dag door te komen.

Die gedachte komt vaker voorbij dan ik zou willen toegeven.

Want laten we eerlijk zijn: moederschap wordt vaak verkocht als iets magisch. Op sociale media zie je lachende gezinnen, perfect ingerichte speelkamers en moeders die moeiteloos alle ballen hoog lijken te houden. Maar niemand laat zien hoe het voelt als je al wakker wordt met een hoofd dat overloopt. Als je nog voordat de dag begint al moe bent. Als je jezelf afvraagt of je vandaag wel genoeg geduld hebt.

En daar begint het schuldgevoel.

Het schuldgevoel omdat je "nee" zegt terwijl je eigenlijk "ja" zou willen zeggen. Omdat je de was weer eens laat liggen. Omdat je hoofd ergens anders is terwijl je kind enthousiast een verhaal vertelt. Omdat je soms verlangt naar vijf minuten stilte, terwijl je tegelijkertijd weet dat er ooit een dag komt waarop je die drukte zult missen.

Er rust een enorme druk op moeders.

We moeten liefdevol zijn, geduldig blijven, werken, het huishouden draaiende houden, gezond koken, leuke uitjes bedenken, aandacht geven aan onze partner, aan vrienden, aan familie en ondertussen ook nog goed voor onszelf zorgen.

Maar wanneer mag je zeggen dat het eigenlijk gewoon te veel is?

Ik denk dat daar nog steeds een taboe op rust.

Want zodra je toegeeft dat het moederschap zwaar is, lijken sommige mensen meteen te denken dat je ondankbaar bent. Alsof houden van je kinderen en het soms ontzettend moeilijk vinden niet naast elkaar kunnen bestaan.

Maar dat kunnen ze wel.

Sterker nog: volgens mij bestaan die gevoelens juist heel vaak naast elkaar.

Voor mij werd dat gevoel nog ingewikkelder doordat ik niet alleen moeder was, maar ook vocht tegen mijn eigen verslaving.

Dat is misschien wel één van de grootste taboes die er bestaan.

Een moeder met een verslaving.

Dat beeld roept direct allerlei oordelen op. Mensen hebben vaak al een mening voordat ze het hele verhaal kennen. Alsof je automatisch minder van je kinderen houdt. Alsof je bewust voor je verslaving kiest.

Maar verslaving is niet zo zwart-wit.

Verslaving maakt geen onderscheid tussen mannen of vrouwen. Niet tussen rijk of arm. Niet tussen mensen met of zonder kinderen. Het neemt langzaam steeds meer ruimte in je leven in, totdat je op een dag nauwelijks nog weet wie je zonder bent.

En ondertussen probeer je wél moeder te zijn.
Je probeert broodtrommels te vullen. Verjaardagen te organiseren. Knuffels te geven. Te lachen. Er te zijn.

Terwijl je vanbinnen vooral bezig bent met overleven. Dat is misschien wel het pijnlijkste aan herstel.
Niet alleen leren leven zonder datgene waar je jarenlang op terugviel, maar ook onder ogen zien hoeveel schuldgevoel je met je meedraagt.

Schuldgevoel over momenten die je nooit meer kunt veranderen. Schuldgevoel over de versie van jezelf die je eigenlijk niet wilde zijn.
Maar herstel leert me ook iets anders.

Mijn kinderen hebben geen perfecte moeder nodig.

Ze hebben een moeder nodig die eerlijk durft te zijn. Die fouten maakt en verantwoordelijkheid neemt. Die laat zien dat vallen niet het einde hoeft te zijn. Dat je altijd opnieuw kunt opstaan.

Misschien ben ik niet altijd de moeder geweest die ik had willen zijn. Maar iedere dag probeer ik de moeder te zijn die mijn kinderen vandaag nodig hebben.

En misschien is dat uiteindelijk wel genoeg.

Dus als jij dit leest terwijl je jezelf voortdurend afvraagt of je tekortschiet...
Als jij ook weleens huilt onder de douche omdat niemand het mag zien...
Als jij jezelf iedere avond afvraagt of je vandaag een goede moeder bent geweest...

Weet dan dat je niet de enige bent.

Misschien zijn we niet alleen maar aan het overleven. Misschien zijn we, ondanks alles, iedere dag opnieuw aan het groeien.

En misschien begint goed moederschap niet bij perfectie.
Maar bij de moed om eerlijk te zijn over alles wat niemand durft uit te spreken.