Moeder zijn; hoe moet dat?

Gepubliceerd op 8 mei 2026 om 22:19

Om mijn verhaal te begrijpen, moeten we een paar jaar terug in de tijd.

Ik was 20 toen mijn partner en ik een relatie kregen. Hij is ruim vijf jaar ouder dan ik en had één duidelijke wens: vóór zijn dertigste vader worden.
Die wens voelde voor mij als een enorme druk. Ik ben zelfs twee keer voor korte tijd bij hem weggegaan, omdat ik niet wist of ik die commitment wel aandurfde.

Toch koos ik uiteindelijk voor hem. Voor ons. Voor de liefde.

Toen ik op mijn 22ste zwanger bleek te zijn, waren we allebei dolgelukkig. Alleen betekende dat ook dat ik mijn verslaving aan de kant moest zetten om een gezonde zwangerschap te kunnen hebben. Ik rookte in die tijd nog wel en daar ben ik toen niet mee gestopt, maar mijn verslaving zelf gooide ik direct in de prullenbak.
Bijna een jaar lang hield ik me er niet mee bezig.

Toen onze oudste dochter geboren werd, begon de echte uitdaging pas. Ze was geen huilbaby, maar had ontzettend veel last van krampjes.
Mijn partner en ik wisselden elkaar af: drie uur met haar rondlopen zodat de ander een beetje kon slapen. Overleven, zo voelde het soms.

Na een tijdje werden de krampjes minder. We vonden langzaam onze weg in het ouderschap — voor zover je daar ooit echt aan went.
Alles leek steeds meer in balans te komen.

Behalve ikzelf.

Op mijn 23ste vond ik het moederschap ontzettend zwaar. Ineens was ik moeder, partner, zus, dochter, collega. Ik moest werken, het huishouden doen, voor onze hond zorgen en ondertussen ook nog proberen mezelf niet kwijt te raken. En juist daarin ging het mis. Ik viel terug in mijn oude gewoontes en begon mijn verslaving opnieuw te combineren met het “gewone leven”.

Toen onze hond in 2020 overleed, voelde dat alsof er een enorme leegte ontstond in ons gezin. Drie maanden later bleek ik zwanger van onze tweede dochter.

Opnieuw dacht ik dat ik mijn verslaving wel los kon laten. Maar deze keer was het anders. Moeilijker. Veel moeilijker.

Ik worstelde met alles wat bij het moeder zijn kwam kijken, terwijl ondertussen ook het huishouden, werk en mijn opleiding tot verzorgende doorgingen. Want zo hoorde het toch? Dat je als vrouw alles draaiende houdt? Voor de kinderen zorgt, het huis runt én daarnaast ook nog werkt.

Toen onze jongste dochter werd geboren, was ik ruim tien weken clean. Tot ik opnieuw terugviel in oud gedrag.

Ik zei regelmatig dat ik een spijtmoeder was. Dat ik nooit aan kinderen had moeten beginnen, omdat het mijn leven kapot maakte. Omdat ík eraan kapotging.
Ik had het gevoel dat mijn dromen niet meer bestonden, omdat ik alleen nog maar voor anderen zorgde.

Nu weet ik dat dat mijn verslaafde brein was dat sprak. Niet ik.
Mijn verslaving probeerde me wijs te maken dat ik niet zonder drugs kon leven. Maar dat kan ik wel.

Als er iets is dat ik het moeilijkste vind, dan is het moeder zijn. Want wanneer doe je het eigenlijk goed? Wat zullen mijn kinderen later denken over mij en mijn verleden? Heb ik ze in die eerste jaren wel kunnen geven wat ze nodig hadden?

Het zijn vragen die nog steeds door mijn hoofd spoken.

Ik weet dat ik keuzes heb gemaakt die niet goed waren. Maar ik weet óók dat ik vandaag clean ben.
En mijn kinderen zijn daar een van de grootste redenen voor. Zij zijn alles voor mij waard.

De kinderen hangen meer aan me dan ooit tevoren. Ik ben er écht. Aanwezig. Ik ervaar meer rust en meer plezier in het moederschap. Al blijft het soms nog steeds ontzettend vermoeiend en heb ik in 90% van de tijd geen idee wat ik aan het doen ben.

Maar hen zien opgroeien is tegelijkertijd het mooiste én het meest beangstigende wat me ooit is overkomen.

XO Manuela

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.