Laten we bij het begin beginnen.
Ik kom uit een liefdevol gezin: een vader, moeder en een broer die acht jaar ouder is dan ik. We groeiden op in een niet al te chique buurt, midden tussen allerlei culturen. Een buurt waar iedereen elkaar kende, waar veel gebeurde, en waar je al jong dingen zag die misschien niet voor kinderogen bedoeld waren.
Verslaving liep als een rode draad door onze familie. Het had invloed op ons allemaal. Van vader op zoon… en uiteindelijk ook op dochter. Op mij.
Door het leeftijdsverschil was mijn broer eigenlijk altijd weg. Naar Hardcore feesten, op pad met vrienden of later veel bij zijn vriendin. Mijn broer heeft zelf geen makkelijke jeugd gehad, vooral buitenshuis niet, en zocht uiteindelijk zijn uitlaatklep in drugs. Dat bracht veel spanning in huis.
Mijn vader rookte vroeger regelmatig joints. Ook dat zorgde voor onrust tussen mijn ouders. Als kind van een jaar of acht, negen kon ik daar nog redelijk voor afsluiten. Ik begreep simpelweg niet wat er precies speelde. Bovendien was ik vaak bij mijn beste vriendinnetje, waardoor ik veel ontweek zonder dat ik het doorhad.
Pas op de middelbare school begon ik te begrijpen wat er thuis gebeurde. En tegelijk zag ik hetzelfde patroon overal om me heen terug. Op school. Op straat. Bij vrienden.
Er werd geblowd. Drugs gebruikt. “Gewoon om het een keer te proberen.”
Dus ik ook.
Thuis rookten de meesten al en van een biertje of een jointje keek niemand echt op. Wat begon als nieuwsgierigheid, groeide uiteindelijk uit tot een verslaving van zestien jaar.
Ik ontdekte al snel dat blowen me rust gaf. Zeker op momenten dat de spanning thuis zo hoog opliep dat ik er angstig van werd. Ik trok steeds meer op met mensen die hetzelfde deden als ik en op een gegeven moment was ik eigenlijk alleen nog thuis om te douchen, eten en slapen.
In het begin rookte ik misschien een half jointje en was ik de hele middag en avond high. Maar hoe ouder ik werd en hoe meer geld ik verdiende, hoe meer ik rookte.
Toen ik zeventien was verhuisden we en ging mijn eerste relatie uit. Kort daarna leerde ik mijn tweede vriend kennen. We gingen snel samenwonen, misschien ook wel om het verdriet van die eerste liefde niet te hoeven voelen.
Ik blowde dagelijks. Mijn — inmiddels ex — vriend zei toen eens:
“Als jij elke dag een joint rookt, kan ik net zo goed coke snuiven.”
Ik voelde direct aan alles dat dit fout zat, maar ik hield hem niet tegen. Ik rookte tenslotte zelf ook iedere dag. Achteraf gezien was die relatie ontzettend toxic. Na negen maanden vol ruzies, die uiteindelijk zelfs fysiek werden, gingen we uit elkaar.
Daarna vond ik langzaam mijn weg terug. Ik had een leuke baan, fijne vrienden en na een lange donkere periode voelde ik me eindelijk weer wat beter.
Op mijn twintigste leerde ik mijn huidige partner kennen. Ook toen rookte ik nog dagelijks, maar ik had het idee dat ik het nog “onder controle” had. Totdat ik meerdere stoppogingen deed.
Want zodra je probeert te stoppen, ontdek je pas hoeveel grip iets eigenlijk op je heeft.
Ik meldde me meerdere keren aan bij de GGZ en verslavingszorg. In 2019 lukte het me via een ambulant traject om te stoppen.
Maar na ruim negen maanden viel ik keihard terug.
En misschien herkennen mensen dit wel: na een terugval probeer je verloren tijd in te halen.
Alsof je brein zegt: nu mag alles weer. Ik ging dus nóg meer roken.
Na beide zwangerschappen gebeurde precies hetzelfde. Iedere keer dat ik stopte en daarna weer begon, rookte ik uiteindelijk dubbel zoveel als daarvoor.
Op een gegeven moment rookte ik gewone sigaretten alleen nog als ik niet kon blowen. Ik moest dagelijks nieuwe wiet halen omdat ik nooit genoeg voorraad had.
Eind 2024 kreeg ik een acute bronchitisaanval. Ik had medicatie nodig om überhaupt normaal te kunnen ademen.
Maar eerlijk? Toen liep ik al ruim twee jaar rond met de gedachte aan een klinische opname.
Alleen… hoe doe je dat als moeder? Als partner? Als er thuis een gezin op je wacht?
In januari 2025 voerde ik een van de moeilijkste gesprekken uit mijn leven met mijn partner. Ik vertelde hem dat als ik mezelf niet liet opnemen, ik uiteindelijk zou vluchten. Voor alles. Voor het leven. Voor hem. Voor de kinderen.
Dat gesprek was voor ons allebei een enorme eyeopener.
Ik meldde me aan voor een klinische opname van zeven weken, met vooraf nog twee weken detox omdat zelfstandig afkicken niet meer lukte. Het moeilijkste? Mijn partner en kinderen achterlaten. Tijdens de detox mocht ik geen bezoek ontvangen. En ook in de kliniek zag ik hen nauwelijks. Pas na twee weken mocht ik in de weekenden even naar huis — zolang ik maar voor 22:00 uur weer terug was.
Maar nu, achteraf?
Het was de beste keuze die ik ooit heb gemaakt.
Vandaag ben ik meer dan 400 dagen clean. En voor het eerst in mijn leven voel ik niet alleen rust in mijn hoofd, maar ook vrijheid. Echte vrijheid.
Herstellen betekent niet dat alles ineens perfect wordt. Het betekent dat je eindelijk stopt met vluchten voor jezelf.
En ja… ik denk dat we echt kunnen herstellen.
XO,
Manuela
Reactie plaatsen
Reacties